Duurzaamheid zit ook in het DNA van finance



Als het op duurzaamheid aankomt, zit je zonder meer goed bij Beyers Koffie. De duurzaamheidsinspanningen van de grootste koffiebranderij van ons land staan niet alleen centraal op hun website maar - wat veel belangrijker is - ook in hun werking. Van boon tot kopje: doorheen de volledige productieketen tracht Beyers Koffie ook daarmee het verschil te maken. “Duurzaamheid is vandaag geen ‘nice to have’ meer, maar een ‘must have’”, klinkt het stellig uit de mond van CFO Eric Cornelis.


Typerend in dat verband is ook dat die CFO zich tijdens ons interview laat bijstaan door Sustainability Manager Frederic Janssens. Die collega neemt ook de marketing van de koffiebrander uit Puurs voor zijn rekening. Aan hem om de logische vraag te beantwoorden naar het belang van duurzaamheid voor Beyers Koffie: “Eerst en vooral is het een basisvereiste geworden. Daar zijn diverse redenen voor, waaronder uiteraard de klimaatverandering. Mensen staan er ook niet altijd bij stil, maar van heel veel producten in de supermarkt is het niet-duurzame alternatief al niet meer te vinden, gewoon omdat de duurzame versie de norm is geworden.”

“Ten tweede beschouwen wij het simpelweg als onze plicht en verantwoordelijkheid om die duurzaamheid na te streven. Het is, net als ons streven naar kostenefficiëntie, een van de pijlers waarop ons bedrijf rust. Daarbij bestaat de kunst er natuurlijk in om die twee essentiële doelen met elkaar te verzoenen en een goed evenwicht te vinden tussen kostenefficiëntie en duurzaamheid.”

“Ten derde zien wij ook de commerciële meerwaarde in van dat principiële streven naar duurzaamheid. Want laat ons wel wezen: hoe innovatiever je duurzaamheidsoplossing, des te attractiever je product wordt. En dat heeft in de regel ook een positieve impact op je commerciële marge. Dus er zit zeker ook een businesskant aan ons duurzaamheidsverhaal.”


Huismerken bepalen spelregels


Als CFO ontkomt u evenmin aan die bedrijfseconomische kijk, veronderstel ik?


Eric Cornelis: “Inderdaad. Al dwingt de context waarin wij werken, ons ook wel enigszins daartoe. Als private label koffiebranderij produceren wij de huismerken van onze klanten, zoals Lidl en Carrefour. Dat merk is en blijft finaal van hen. Dat heeft een andere specificiteit dan de productie van een eigen koffiemerk, waarvoor je zelf ook meer in marketing moet investeren.”


“Mijn eerste bekommernis is uiteraard dat al die private label klanten tevreden zijn en blijven. Daarnaast moet ik erover waken dat we onze bottomline met zwarte cijfers blijven schrijven. De private label markt is een competitieve omgeving, dus dat is best wel een serieuze uitdaging. In de praktijk betekent dit dat ik goed op de kleintjes moet letten, zoals dat heet, en ervoor moet zorgen dat wij zo efficiënt mogelijk kunnen produceren. Daarbij hoeft dat efficiëntiestreven niet noodzakelijk een duurzame koffieproductie in de weg te staan, zoals mijn collega Frederic ook al aangaf. Het tegendeel blijkt vaak waar: investeringen in duurzaamheid brengen op termijn meestal besparingseffecten met zich mee.”


Dat jullie bijna exclusief in opdracht van anderen produceren, betekent wel dat ook de duurzaamheid van jullie productie zo goed als volledig afhangt van anderen. Zet dat toch geen rem op jullie groene ambities?


Eric Cornelis: “Duurzaamheid bij Beyers Koffie valt uiteen in twee verschillende luiken. De realiteit waarin wij ons bevinden, is inderdaad dat 95 procent van onze productie in opdracht van een aantal grote retailers gebeurt. Dat betekent dat wij daarover niet de eindbeslissing hebben. Maar als je kijkt naar wat wij wel volledig zelf in handen hebben, dan is dat toch al heel wat: onze eigen interne operaties, om te beginnen, maar ook ons energiebeheer, onze CO2-uitstoot, en zo meer. Die elementen kunnen wij perfect controleren. En daar kunnen wij ook voor honderd procent duurzaamheid gaan.”


“Ook voor onze eigen koffiemerken, die de resterende vijf procent van onze productie uitmaken, kunnen we voluit de kaart van de duurzaamheid trekken. Maar voor 95 procent van onze productie moeten wij in eerste instantie luisteren naar de wensen van de klant, ook wat duurzaamheid betreft. En daar zijn wij experten in. Wat daarbij natuurlijk ook helpt, is dat wij de klant het meest complete pakket aan duurzaamheidslabels en -oplossingen kunnen aanbieden. Maar uiteindelijk is het de klant die beslist wat het wordt: een Rainforest Alliance-koffie, een Fairtrade-koffie of een BIO-koffie.”


Kan u de duurzaamheid van die productie ook kwantificeren?


Eric Cornelis: “Zeker. De productie gebeurt honderd procent CO2-neutraal en op basis van groene energie. En voor alle duidelijkheid: dat geldt voor alle koffie die wij hier branden, ook die van de huismerken. Dat hebben wij zelf zo bepaald. Van alle koffie die hier de deur uitgaat, is twee derde of grofweg zestig procent bovendien gecertificeerd met een of meer van de duurzaamheidslabels die ik zonet aanhaalde.”


Finance bewaakt duurzaamheid


Als we focussen op het financieel beheer: voorzien jullie een bepaald percentage van het budget om minimaal te investeren in de verduurzaming van jullie business?


Eric Cornelis: “Niet echt, nee. Het is eerder een globaal punt van aandacht binnen ons bedrijf. Je kan het in zekere zin zien als een organisch gegeven. Het streven naar duurzaamheid is iets dat spontaan leeft binnen onze organisatie en dat we niet krampachtig en kunstmatig in leven moeten zien te houden.”


“Dat neemt niet weg dat er tal van concrete projecten en initiatieven lopen. Wat wij bijvoorbeeld al heel lang doen - sinds 2009, om precies te zijn - is hernieuwbare energie aankopen. En via de zonnepanelen op onze nieuwe fabriekshal, die nog in aanbouw is, gaan we die groene stroom nu ook zelf produceren. Met het oog op het bereiken van CO2-neutraliteit is er het voorbije decennium ook al heel wat actie ondernomen. In 2014 kwam die actie in een stroomversnelling terecht. Dat jaar nam de Zwitserse Sucafina Groep ons bedrijf over: een van de grootste koffietraders ter wereld, die eveneens sterk investeert in duurzaamheid. Sindsdien compenseren we in onze vestiging in Puurs de volledige CO2-uitstoot die het branden van koffie genereert. En sinds 2015 draagt onze volledige eigen productportefeuille het label van CO2-neutrale koffie. Wij pleiten er bovendien voor dat CO2-neutrale koffie de norm wordt. De meeste koffie die wij vandaag aankopen, heeft alvast een duurzaamheidscertificaat.”


“Dat is ook waar wij in de dagelijkse praktijk echt het verschil kunnen maken, zowel qua duurzaamheid als kostenefficiëntie: de koffie zelf en haar verpakking. Die zijn goed voor respectievelijk zestig en twintig procent - samen tachtig procent - van onze kosten. Als wij die twee elementen duurzamer en kostenefficiënter kunnen maken, dan boeken we uiteindelijk ook de meeste winst en vooruitgang.”


Als ik het goed begrijp, stippelt u met uw finance team dus zelf geen duurzaamheidsdoelstellingen uit?


Eric Cornelis: “Wij zijn in wezen de gatekeeper van dat aspect van onze business. We bewaken zowel de duurzaamheid als de kostenefficiëntie van onze operaties. Maar wat u mij inderdaad niet gauw zal horen zeggen, is: wij reserveren nu vijf procent van ons jaarlijks investeringsbudget voor duurzaamheidsprojecten. Nee, wij bekijken gewoon elk project dat zich aandient. En daarbij vragen wij ons telkens weer af wat wij kunnen doen om dat specifieke project duurzamer te maken. Kost dat vijf procent van ons budget, dan kost dat vijf procent. En kost het meer, dan kost het meer.”


Frederic Janssens: “Omgekeerd is het evenmin zo dat, als wij ons afvragen hoe duurzaam we een bepaald project kunnen maken, Eric zal opwerpen dat we ons jaarlijks quotum van pakweg vijf procent al bereikt hebben. Zodat we niet langer in duurzaamheid hoeven te investeren. Zo werken wij niet. Als wij een bepaald bedrag te besteden hebben, dan gaan wij niet een minimaal deel van dat bedrag aan duurzaamheid spenderen, louter om ons een groen imago aan te meten. Wat Eric in feite wil aangeven, is dat onze organisatie zo doordrongen is van dat streven naar duurzaamheid, dat het haast een vanzelfsprekendheid is geworden. En dat maakt ons fundamenteel anders dan een bedrijf dat duurzaamheid louter als een ‘nice to have’ ziet en niet als een ‘must have’.”