Covid-19 en uw verzekeringen: wat is gedekt?

De schade die Belgische bedrijven door de coronacrisis lijden loopt in de miljarden. Iedere onderneming vraagt zich uiteraard af hoe ze die schade kan verhalen. Naast overheidssteun komen al snel de verzekeringspolissen in het vizier. Maar zit schade omwille van de coronacrisis wel in de dekkingen vervat en welke polissen gooien mogelijk een reddingsboei?





De verspreiding van het coronavirus en de maatregelen die het Crisiscentrum van Binnenlandse Zaken heeft opgelegd om het virus in te dijken, hebben een ongeziene impact op onze economie. Uit een bevraging die ondernemersorganisatie Voka eind maart organiseerde, bleek dat toen al dertig procent van de bedrijven zijn omzet volledig zag wegvallen. De helft van de bedrijven ondervond liquiditeitsproblemen. Voka raamde de schade voor onze ondernemingen toen al op veertig miljard euro. De werkgeversorganisatie wees erop dat de economische schade exponentieel bleef stijgen. De vraag van – veel meer dan – één miljoen voor veel bedrijven luidt: ‘Zal mijn verzekeraar de geleden schade dekken?’ We legden ons oor te luister bij verzekeringskoepel Assuralia en makelaar Aon, gespecialiseerd in risicobeheer, verzekeringen, herverzekeringen en advies rond human capital (zoals pensioenverzeke-ringen en groepsverzekeringen).


Dekkingsuitbreidingen

Wauthier Robyns, directeur bij Assuralia: “Voor schade met betrekking tot bedrijfscontinuïteit komen we automatisch terecht bij het luik bedrijfsschade binnen de brandpolis. Verzekeringen met dekkingen voor bedrijfscontinuïteit bestaan al ruim anderhalve eeuw. Maatschappij La Belgique, die mee de wortels vormde van het hedendaagse AXA, vermeldde in 1855 al premies tegen brand, ontploffingen en stilliggen op haar affiches. Dat type verzekeringen is vandaag uiteraard sterk geëvolueerd, maar de schade moet wel nog altijd het gevolg zijn van een verzekerd voorval, zoals een brand of ontploffing. Het lijkt onwaarschijnlijk dat een pandemie als Covid-19 onder die standaarddekking valt.”

Bram Boets, Senior Manager Property en expert op het vlak van bedrijfsschade bij Aon: “Een brandpolis omvat twee luiken: de materiële schade, onder andere schade door bijvoorbeeld brand, explosie, natuurrampen of door een machinebreuk, en ‘bedrijfsschade’. Dat behelst de verloren brutomarge na een gedekt materieel schadegeval. Het woord ‘materieel’ vormt een cruciaal element. De meeste polissen beschouwen een virus, epidemie of pandemie doorgaans niet als een materieel schadegeval. Zelfs wanneer het materieel of de gebouwen onbruikbaar zijn door de aanwezigheid van het virus, geldt dat vanuit de geest van de polis niet noodzakelijk als materiële schade. Verschillende algemene voorwaarden vermelden contaminatie door een virus zelfs expliciet als een uitsluiting.”


Bestaan er specifieke dekkingsuitbreidingen?

Bram Boets: “Veel grote ondernemingen voorzien een clausule die ze inroepen wanneer hun productie tot stilstand komt omwille van de inactiviteit van een leverancier of klant. Al zal die dekkingsuitbreiding meestal opnieuw verwijzen naar een gedekte materiële schade die aan de basis moet liggen van de inactiviteit van een leverancier of klant, waardoor ze niet geldt naar aanleiding van het coronavirus. Kijken we naar polissen met dekkingsuitbreidingen zonder de notie materiële schade, dan is de financiële schade van niet-materiële aard of non damage business interruption een mogelijk piste. Tot de gedekte schadegevallen behoren onder meer vulkaanuitbarstingen, politieke risico’s, cybercriminaliteit, stakingen en uitzonderlijke klimaatomstandigheden. Of het coronavirus onder die polis valt, verschilt van contract tot contract. Het is ook mogelijk dat de polis enkel de gevolgen dekt wanneer er op de site of binnen een beperkte geografische straal ook effectief een geval van besmetting is aangetroffen. Ik neem aan dat dit nu stof tot argumentatie en discussie zal geven tussen de verzekeraar en de benadeelde partij. Een andere dekkingsuitbreiding die in aanmerking komt, is business interruption for denial of access to insured property by civil or military authority. Met andere woorden: een verzekering waarop u zich kunt beroepen wanneer een overheid de toegang tot uw bedrijf ontzegt. Wederom stipuleren de meeste polissen dat enkel schadegevallen als gevolg van een materiële schade in aanmerking komen.”


Hoe schat u zelf de kansen op tegemoetkoming in voor onze ondernemingen?

Bram Boets: “Naar mijn gevoel beschikken de meeste property verzekeraars niet over de mogelijkheid en/of capaciteit die een onderbroken bedrijfscontinuïteit omwille van het coronavirus dekt. Dat omdat brandverzekeraars uitgaan van de materiële schade die aan de basis moet liggen van een eventuele bedrijfsschade. Bedrijfsonderbrekingen ten gevolge van niet-materiële schade zijn zoals eerder gezegd eerder uitzonderingen en enkel via dekkingsuitbreidingen mogelijk. DIe uitbreidingen zullen veelal beperkt zijn in limiet aangezien dit soort dekkingen voor een verzekeraar zeer moeilijk in te schatten zijn.

Wauthier Robyns: “Bedrijven zijn zich wel bewust van de grote gevolgen die een onderbreking binnen hun supply chain veroorzaakt, maar een pandemie behoort zelden tot de verzekeringsuitbreidingen. Een risk manager die op wereldvlak al te maken had met een epidemie, heeft misschien wel een afdoende waarborg voorzien.”


Voor interpretatie vatbaar

Verwacht u dat bedrijven zich na Covid-19 standaard indekken tegen epidemieën en pandemieën? Zullen verzekeraars daartoe nieuwe polissen op de markt brengen?

Bram Boets: “Er zijn vandaag al dergelijk verzekeringen op de markt, maar ze zijn zeer prijzig. De verzekeraar heeft immers nood aan data om het risico in te schatten. We komen daarbij op het terrein van parametric insurance. Die verzekeringsdiscipline gaat uit van een vooraf bepaald uitkeringsbedrag wanneer een schadegeval aan een aantal parameters voldoet. Bijvoorbeeld: vanaf het moment dat er wereldwijd vijfhonderd mensen overlijden als gevolg van een virus, betaalt de verzekering in geval van schade een vooraf vastgelegd bedrag uit. Parametric insurance is echt maatwerk en dat vertaalt zich ook in het prijskaartje.”


Wat met de burgerlijke aansprakelijkheid en bestuurdersaansprakelijkheid?

Herbert Baeten, Chief Broking Officer bij Aon: “De algemene aansprakelijkheidspolis voorziet geen specifieke uitsluitingen voor dit soort schade. Wanneer we het over aansprakelijkheid hebben, moet er wel eerst sprake zijn van een fout of nalatigheid door derden, met schade tot gevolg. Dat lijkt bij de coronacrisis hoogstonwaarschijnlijk. Een onderneming die een claim indient omdat haar leverancier zijn verplichtingen niet nakomt omwille van Covid-19 zal dus waarschijnlijk bakzeil halen, aangezien er wellicht sprake is van overmacht. Hierover zal ongetwijfeld rechtspraak volgen in de nabije toekomst”

Wauthier Robyns: “Ik spreek mij liever niet uit over overmacht in contractuele relaties tussen derden. Hou er rekening mee dat aansprakelijkheidsverzekeringen buitencontractuele aansprakelijkheden niet dekken.”

Herbert Baeten: “In sommige gevallen kan er sprake zijn van bestuurdersaansprakelijkheid. De lockdowns hebben thuiswerk in een stroomversnelling gezet. In de ICT-sector kan je er vanuit gaan dat een onderneming dat faciliteert. Lukt dat niet en komt de bedrijfscontinuïteit daardoor in het gedrang, dan kunnen aandeelhouders een claim tegen de bestuurders indienen, aangezien de omzetterugval enigszins vermijdbaar was. Het spreekt voor zich dat het plaatje voor productiebedrijven anders oogt, aangezien thuiswerk er veel minder voor de hand ligt. Claims zijn ook mogelijk wanneer de werkgever onvoldoende bescherming voorziet en de werknemers aantonen dat ze blootgesteld zijn aan gevaar. Bestuurdersaansprakelijkheid is tevens relevant wanneer een onderneming over onvoldoende buffers beschikt, waardoor ze onnodig in financieel noodweer verkeert. Maar nogmaals, het is nooit een zwart-witverhaal en altijd een kwestie van situatie en interpretatie.”


Hoe ziet het luik bedrijfscontinuïteit binnen een brandverzekeringspolis eruit?

Bram Boets: “Bedrijfscontinuïteit of bedrijfsschade gaat uit van een verzekerd kapitaal dat de maximaal gederfde brutomarge weergeeft. Die brutomarge bestaat uit het resultaat en de vaste kosten die na een schade blijven doorlopen. Wanneer we de berekening omkeren is het verzekerde kapitaal gelijk aan de omzet min de variabele kosten. De meest voorkomende vorm van bedrijfsschadeverzekering is ‘gross profits’. Als vergoedingsperiode geldt de tijd waarin de verzekeraar de verzekerde schadeloos stelt tot wanneer de verzekerde zich terug bevindt in de situatie alsof er geen schade zou zijn geweest, of tot het einde van de vergoedingsperiode. Die vergoedingsperiode, uitgedrukt in maanden, bedraagt standaard een periode van twaalf tot zesendertig maanden. Een andere vorm van bedrijfsschade is de ‘gross earnings’. Die kent geen einddatum in termen van een vergoedingsperiode en loopt pas ten einde nadat het beschadigde goed opnieuw is heropgebouwd, plus een eventuele extensie van die periode uitgedrukt in dagen, traditioneel tussen dertig en driehonderdvijfenzestig. Die vorm van bedrijfsschadedekking kan bijvoorbeeld interessant zijn na een natuurramp, waarbij wederopbouw doorgaans trager verloopt dan normaal.”


Met welke vragen kloppen bedrijven nu vooral bij jullie aan?

Herbert Baeten: “De meest voor de hand liggende vraag luidt uiteraard wat een polis dekt in de context van de coronacrisis. Daarnaast tekenen we ook secundaire vragen op. Ondernemingen tasten bijvoorbeeld in het duister rond de gevolgen van vandalisme of diefstal nu hun site niet operationeel is. Daarbij geef ik als tip mee om die inactiviteit aan hun verzekeraar te melden. Dat is zelfs verplicht volgens de contractuele voorwaarden. De verzekeraar zal op basis van die informatie mogelijk bijkomende maatregelen eisen, zoals het aanstellen van veiligheidsmensen, extra detectievormen of een aanpassing (lees: verhoging) van de premievoet invoeren. Een ander punt van twijfel is het gevolg van een ongecontroleerde shutdown. Niet elke productiefaciliteit kan zijn machines of ovens in een handomdraai stopzetten. Dat gaat in tegen de vastgelegde procedures binnen die onderneming, waardoor ze mogelijk extra schade lijdt. In ons land verliep die shutdown relatief geleidelijk, maar in verschillende landen was de overgang vrij bruusk. Een laatste categorie vragen situeert zich op het vlak van betalingsuitstel. Daartoe heeft de sector verschillende mechanismen in het leven geroepen.”


Ziet u parallellen met de terreurcrisis?

Bram Boets: “Beide crisissen verschillen sterk. De terroristische aanslagen in ons land zaaiden angst, maar veranderen de globale schadecijfers slechts in beperkte mate. De impact was in niets vergelijkbaar met 9/11. Bij terreur valt het risico gemakkelijker te definiëren: bepaalde bedrijven op specifieke locaties zijn er nu eenmaal feller aan blootgesteld, in tegenstelling tot de coronacrisis die nagenoeg elke onderneming in het hart van haar activiteiten raakt. Covid-19 volgt bovendien op een periode met veel natuurrampen, die uiteraard ook nefast waren voor de verzekeraars.”

Wat zijn ten slotte de gevolgen voor de verzekeringssector?

Herbert Baeten: “De sector beleefde al een lastig vierde kwartaal in 2019 door een combinatie van schadegevallen en teruglopen financiële inkomsten vanwege de lage rente. Een verzekeraar herbelegt zijn premies onder andere in producten met een vast rendement of meer risicovolle beleggingen zoals aandelen. De rente staat al geruime tijd historisch laag , maar nu scheert ook de aandelenmarkt niet bepaald hoge toppen. Daarom verwachten we dat de premies voor nieuwe polissen en voor hernieuwingen van bestaande polissen allerminst goedkoper zullen zijn. We constateren eveneens een verdere inkrimping van de verzekeringscapaciteit die de verzekeraars ter beschikking willen en kunnen stellen.”


Wat zegt de verzekeraar?

De meeste gecontacteerde verzekeraars werkten liever niet mee aan deze bijdrage of hielden zich eerder aan de oppervlakte door erop te wijzen dat de context van case tot case verschilt. Sven Vingerhoets, Underwriting Manager Property bij HDI Global SE, liet wel zijn licht schijnen op het verzekeringsaspect van de coronacrisis voor de propertypolis, een geavanceerd verzekeringsproduct voor materiële schade en bedrijfsschade. “We moeten een onderscheid maken tussen het type dekking, namelijk ‘genoemde gevaren’ of ‘alle risico’s behalve’. In een polis ‘genoemde gevaren’ behoren virussen quasi altijd tot de uitsluitingen en is er dus per definitie geen dekking. In een polis ‘alle risico’s behalve’ is dat niet altijd even eenvoudig. Sommige voorwaarden (“wordings”) sluiten die expliciet uit, waar andere dat niet doen. Ongeacht de expliciete uitsluiting is de basis van een propertyverzekering de schade aan een in de bijzondere voorwaarden genoemd voorwerp, die de bedrijfsschade activeert. Het spreekt voor zich dat virussen mensen treffen en niet machines, materieel of gebouwen. Er is dus per definitie geen dekking in een propertypolis. De propertypolissen van onze industriële klanten zijn maatwerk, waarbij de dekking bepaald is vanuit elke individuele polis en niet vanuit een algemeen beginsel."

Op het vlak van dekkingsuitbreidingen zijn de mogelijkheden opnieuw beperkt. Sven Vingerhoets: “De enige mogelijkheid bestaat uit zogenaamde ‘non-damage business interruption’-clausules. Ze dekken de bedrijfsschade zonder dat er sprake is van een materiële schade. Dergelijke clausules zijn vaak niet weerhouden in het onderschrijvingsproces, omdat de impact ervan moeilijk in te schatten valt en omdat ze voorbijgaan aan het basisprincipe van de propertyverzekering. Bovendien vallen ze bijna altijd buiten de herverzekeringsovereenkomsten van de verzekeraars. Er zijn wel regio’s in de wereld, vooral Azië, waar dergelijke dekkingen – weliswaar gelimiteerd – standaard tot het pakket kunnen behoren. In de toekomst lijken meer aanvragen in die richting wel waarschijnlijk, maar zie ik weinig tot geen aanpassing in het gedrag van de verzekeraar op dat vlak. Het blijft atypisch, rekening houdend met de basisprincipes van de verzekering, namelijk dat het gedekt materieel schadegeval de dekking van de bedrijfsschade activeert. Herverzekeraars zullen hierin trouwens een belangrijke rol spelen. Van hen verwacht ik al helemaal geen toegevingen omtrent die problematiek. Al is het natuurlijk nu nog te vroeg om hierover sluitende uitspraken te doen. Ik sluit tegelijk niet uit dat de overheden de verzekeraars zullen bewegen tot een soort van ‘pool’ om die schades te vergoeden of er alleszins deels in tegemoet te komen. Dat ligt nu al in politieke middens op de tafel.”