Transitie naar een centrale en sterk geautomatiseerde finance organisatie


De finance-organisatie van Hifferman Group is in volle beweging. Met een centralisatieronde en het invoeren van SAP als ERP-systeem gaat de groep in 2021 in versnelling de toekomst tegemoet. Een bewuste zet want Hifferman voer bij monde van CFO Guido Gonnissen in het verleden nog te vaak blind in de markt. Na een sterke groei de laatste vijf jaar moet dit de groep naar een hoger niveau tillen om de absolute ambitie van Hifferman te ondersteunen: wereldwijd nummer één in het produceren van snijmachines voor het verwerken van aardappelen en kaas.


Hifferman NV is de holding van bijna tien familiale bedrijven die 100 procent eigendom zijn van de familie Van Hemelrijk. Behalve Origo, de vastgoedpoot van de groep, en Relex, een zwembadspecialist, is de groep vooral eigenaar van twee internationale spelers in de voedingsindustrie. Stumabo International NV maakt onderdelen voor snijkoppen, machines en messen, FAM NV is het ontwikkelings- en assemblagebedrijf dat snijmachines levert aan de grote spelers in de industrie zoals Bonduelle, Vezet, GreenYard en McCain. Zowel Stumabo als FAM zijn internationaal uitgerold, met vestigingen in Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Spanje, de Verenigde Staten en Polen, en op dit moment actief in 120 landen. De groep is marktleider in Europa en de ambitie luidt bij monde van CFO Guido Gonnissen: “Wereldwijde marktleider in het versnijden van aardappelen en kaas.” Guido ging bijna 4 jaar geleden aan de slag bij de groep en is, behalve het financeluik, ook verantwoordelijk voor personeelszaken. Daarvoor was hij actief als auditor bij PwC, werd hij op zijn 30ste finance director in de grafische industrie en was hij ook werkzaam in diezelfde hoedanigheid bij Palmyra Brands en de Stichting Tegen Kanker.


Hifferman Group investeert bewust in ‘langetermijnrelaties’, wat moeten we ons daarbij voorstellen?


Guido Gonnissen: “Er spelen een aantal elementen mee die dat verduidelijken. Voeding op zich is de laatste jaren telkens meer en meer voorverpakt. Tweeverdieners kopen anders en behalve de kruidenier is er de komst van de grote supermarkten. De voedingsindustrie veranderde in een heel korte periode bijzonder snel. De bedrijven zijn dus gegroeid naar massa-productie en dus ook grotere machines. Voorverpakt voedsel is vandaag ‘common sense’ geworden. Voor die grote jongens in de markt bouwen wij snijmachines. Machines die 5 tot 20 ton aardappelen, kaas, groenten en fruit per uur kunnen versnijden. In die mate creëert het businessmodel eigenlijk als vanzelf de langetermijnrelatie. Van zodra onze klanten grote snijmachines in hun lijn zetten, dan staan die er ook voor 20 tot 30 jaar. En aangezien er weinig concurrentie in de markt is, bouwt men deze machine er niet zomaar uit of vervangt men die met een ander exemplaar. De levensloop van onze snijmachines is minstens 20 jaar, afhankelijk van welk product er versneden wordt. Van zodra de machines in bedrijf gaan, ontstaat die samenwerking want het brengt ons ook messen en wisselstukken op. En als je bewijst dat je goed bent, dan lopen de klanten ook niet weg. We zetten zo’n 300-350 machines per jaar in de markt. Wereldwijd staan er al meer dan 6.000 machines van ons bij klanten. We verkopen ook meer dan 2,8 miljoen messen per jaar, want bij sommige toepassingen worden die om de 2 à 4 uur vervangen. De spareparts vertegenwoordigen 50 procent van onze omzet. Bovendien werken we ook hard samen met onze klanten bijvoorbeeld inzake veiligheid, hygiëne, snijkwaliteit en afvaldreductie. Ook als we nieuwe machines ontwerpen, toetsen we bij hen af wat hun specifieke noden zijn. De langetermijnrelatie ontstaat zo eigenlijk bijna als vanzelf.”


Hoe zien de inkomstenbronnen en het uitgavenplaatje eruit?


“De structuur verschilt van entiteit tot entiteit. Hifferman heeft personeel op de payroll staan dat overkoepelend werkt, dus hier is de personeelskost de belangrijkste factor. FAM is de eigenlijke HQ voor marketing, engineering en verkoop en draagt een behoorlijke overheadkost. FAM is als ontwikkelings- en assemblagebedrijf afhankelijk van de toelevering van stukken zoals motoren, plaatstaal en andere. Hiervoor doen we een beroep op bijna uitsluitend Belgische leveranciers. De brutomarge bedraagt hier ongeveer 40 procent. Als productiebedrijf is Stumabo afhankelijk van staal – die we wereldwijd zoeken – voor de productie van messen en onderdelen. De brutomarge bedraagt hier 80 procent. Geconsolideerd halen we een brutomarge van 63 procent. Als we kijken naar de personeelskost, vaak de grootste post binnen de bedrijven, dan bedraagt die ongeveer 25 procent van de omzet.”


Lees de rest van dit artikel in uw dashboard.

Nog geen abonnee? Klik hier!